Thematische Impuls HTSM

Een 'Thematische Impuls' in opdracht van de Stichting Innovatie Alliantie

htsm boomkamp hendrikse topteam

Thematische Impuls HTSM

Pavlov (destijds nog Krikke Books) maakte voor de Stichting Innovatie Alliantie (SIA) een serie ‘Thematische Impulsen’. Deze boeken sluiten aan bij het beleid gericht op de Topsectoren en daarmee samenhangend de zwaartepuntvorming bij hogescholen. Een TI is bedoeld om de besluitvorming binnen het hbo te ondersteunen in het maken van keuzes ten aanzien van een specifiek kennis- en innovatiethema. Pavlov verzorgde de redactie, interviews, vormgeving en productie, in deze Thematische Impuls over HTSM.

Uit het voorwoord:

Ineke Dezentjé Hamming Bluemink
Gouden handen en knappe koppen

Hightech Systemen en Materialen is één van de negen door de overheid aangewezen topsectoren. En terecht! De topsector Hightech Systemen en Materialen, kortweg HTSM, is dé motor van de Nederlandse economie en daarmee van de verdienkracht van ons land. Hij biedt oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen op het gebied van milieu, energie, gezondheidszorg en mobiliteit. Daarnaast levert de sector wereldwijd technologische producten en componenten die hun weg vinden in een oneindig aantal toepassingsgebieden. Het is een sector waarin R&D centraal staat en waarmee Nederland op de mondiale markt een sterke positie heeft. Deze positie willen we natuurlijk behouden en, beter nog, verder uitbouwen. De ambitie is dan ook om de export in 2020 te hebben verdubbeld. Maar dat gaat niet zomaar. Willen we als kennisland voorop blijven lopen, dan moeten we ook de mensen hebben die dat allemaal waar kunnen maken. Maar waar halen we de gouden handen en knappe koppen vandaan om die ambitie te realiseren?

Het vinden van een antwoord op deze vraag is lastig, zeker in de wetenschap dat het tekort aan technici in 2016 oploopt naar 155.000. De sleutel tot de oplossing ligt voor een belangrijk deel bij het hbo, maar we moeten daarvoor de verwachtingen over en weer goed afstemmen. Het hoger beroepsonderwijs wil zich meer en meer profileren als ‘University of Applied Science’. Dat is een nobel streven en zeker als het toegevoegde waarde levert aan de kwaliteit van de opleiding. Daarbij moeten we wel in de gaten houden dat de ‘b’ van beroepsonderwijs niet wordt bedolven onder die onderzoeksambitie. Want de kerntaak van het hbo is opleiden tot een beroep. Dat moet zo blijven.

Onze bedrijven verwachten immers een praktisch ingestelde man of vrouw, die direct de handen uit de mouwen steekt en dus ook vrijwel direct een bijdrage levert aan het succes van de onderneming. Dat de hbo-ingenieur ook is opgeleid in de wetenschap dat het toepassen van bestaande kennis niet genoeg is, spreekt vanzelf. Hij of zij moet vanuit de praktijk en vanuit het reflecteren op die praktijk kunnen bijdragen aan innovaties.

Het hoger beroepsonderwijs heeft nog een belangrijke functie. Wij zien in onze innovatieve sector een forse stijging van het benodigde opleidingsniveau. Dat betekent dat de technische medewerkers op een hoger niveau moeten worden gebracht. De mbo’er moet op hbo-niveau gaan presteren. Dus moeten die mbo’ers uit onze bedrijven een aanvullende opleiding volgen. Hogescholen hebben daarin een belangrijke rol. Het ‘leven lang leren’ moet hoog op de agenda staan, ook bij hogescholen. Zij moeten zich dan ook veel nadrukkelijker op die scholingsmarkt manifesteren. Gelukkig zijn er goede initiatieven in deze richting, De Associate Degree is daar een voorbeeld van. Maar dit manifesteert zich nog niet in de volle breedte. Op dit moment zijn nog te weinig hogescholen actief op die scholingsmarkt. Uit bovenstaande blijkt dat ik de onderzoeksfunctie van het hoger beroepsonderwijs herken en erken, maar deze functie moet wel in het juiste perspectief worden geplaatst. Ik zie het hbo als een piramide, De basis is de beroepsopleiding, het middendeel wordt gevormd door de scholingsmarkt van werkenden en de onderzoeksfunctie komt daarbovenop, als de kers op de taart. En je moet die piramide niet omdraaien, want dan wordt de basis wel heel wankel.

Als laatste en voor mij cruciaal punt vraag ik aandacht voor de samenwerking tussen hogescholen en bedrijven. Alleen als deze partijen kiezen voor regelmatig, nauw en constructief overleg kan up-to-date en aantrekkelijk onderwijs worden geboden, waar zowel studenten en werkenden, als bedrijven om staan te springen. Alleen in hechte samenwerking kom je tot goed onderwijs en goede scholing. In de ‘slipstream’ daarvan volgt het toegepast onderzoek dan vanzelf waardoor, zoals de commissie Van Pernis zo mooi formuleert, de onderzoekachtige nieuwsgierigheid wordt bijgebracht die vereist is voor de ingenieur van de toekomst.

Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink

Voorzitter FME

 

Doelstelling

Ondersteunen zwaartepuntvorming bij hogescholen

Doelgroep

Lectoren

Opdrachtgever

Stichting Innovatie Alliantie

Uitvoering

Softcover

Category

Non profit