Jubileumboek Bolsius

Jubileumboek 150 jaar Bolsius
jubileumboek bolsius

Jubileumboek Bolsius

Dokter wil hij worden, Antonius Bolsius, net als zeven generaties Bolsius voor hem. Dat loopt toch wat anders: in 1870 begint voor zich zelf, onder de  naam A. Bolsius, Bleekerij van Bijenwas. Zijn neven bouwen de ‘bleekerij’ begin twintigste eeuw om tot een succesvolle kaarsenfabriek. Nu, 150 jaar later, brandt de Bolsius vlam over de hele wereld, van Nieuw- Zeeland tot Zuid-Amerika. Pavlov maakte voor Bolsius een mooi dik jubileumboek over dit prachtige verhaal. Van harte Vincent, Eduard en alle andere medewerkers.

[Fragment uit het boek:]

EEN FIRMA IN BIJENWAS
Wanneer Toon Bolsius heeft besloten om bijenwas te gaan bleken is niet bekend. Ook niet precies in welk jaar en op welke datum hij daadwerkelijk begonnen is. Een indicatie voor zijn belangstelling is dat hij na zijn studie in de leer gaat bij de familie van burgemeester Van Heeswijk van Moergestel, die kennelijk in zijn tuin ook bijklust als bijenwasbleker. Bij deze burgemeester zou Toon het vak onder de knie hebben gekregen. Er is een document bewaard gebleven waaruit blijkt dat de eerste bijenwas afkomstig van bleeke- rij Bolsius in 1871 geleverd wordt aan de parochiekerk te Schijndel. Gelet op de goede verstandhouding tussen het gezin Bolsius en pastoor Van Luijtelaar van de parochiekerk, lijkt het idee om kwalitatief hoogstaande bijenwas te leveren niet uit de lucht gegrepen. Zoals gebruikelijk zal de koster van de kerk uit de bijenwas zelf zijn kaarsen gaan draaien. Maar ook de pastoor weet van wanten. Naar verluidt is het deze Van Luijtelaar geweest die, als ervaringsdeskundige, jaren later de mensen van Bolsius heeft geleerd hoe zelf kaarsen met de hand te maken. Hij zal lange tijd de grootste klant van Bolsius’was blijven. In oude stukken van de Kamer van Koophandel in ‘s-Hertogenbosch wordt gesproken van het vestigingsjaar 1870 onder de handelsnaam Firma A Bolsius, Bleekerij van Bijenwas. Of er in dat jaar al echt sprake is van een vennootschappelijke inschrijving is twijfelachtig. Bijenwas is in die tijd de enige grondstof voor het maken van kerkkaarsen en het produceren is vooral een monopolie van de kerk. De was wordt bij voorkeur door plaatselijke imkers geleverd, maar Toon gaat die, als een van de eersten, importeren uit tropische landen.

De diepgele kleur van bijenwas is reden om het materiaal te bleken. In de kerk brandt men het liefst zo wit mogelijke kaarsen en dat heeft alles te maken met de christelijke symboliek. Kaarslicht is niet alleen een symbool van het geloof en de liefde voor God, maar ook van God zelf. Dat is de achtergrond van het idee van ‘liturgisch toegestane’ kaarsen, dat tot uitdrukking komt in het percentage gebruikte bijenwas. Kaarsen moeten kortom de juiste kwaliteit hebben om God naar behoren te eren. Als meest gevraagde kwaliteit voor toegestane kaarsen wordt als ‘keurmerk’ A.B-was genoemd. A.B.-was heeft een bijenwasgehalte van ongeveer zeventig procent. Gelet op de helderheid wordt de was eerst gezuiverd, in krullen gefreesd en buiten in de zon gebleekt. Daarna worden er blokken of zogenaamde koeken van gemaakt. Die koeken worden daarna aan de klant – meestal de kerken, maar ook aan enkele rijke particulieren – geleverd om vervolgens tot kaarsen te worden gedraaid. Toon begint dicht bij huis. De tuin achter het ouderlijk huis, tegenover de Kluisstraat, is ruim bemeten en lijkt in eerste instantie de ideale locatie om er in lange houten bakken de was te bleken.

 

 

 

Omschrijving

Jubileumboek Bolsius

Doelgroep

Medewerkers, relaties, pers

Uitvoering

Hardcover, 228 pagina's